TAFEL

zn m tafel (-s mv) [tafel] :
Een tafel is een verhoogd plat vlak waaraan wordt gegeten, gewerkt of gespeeld. Het verhoogde platte vlak, het tafelblad, wordt meestal ondersteund door poten. In een kantoor heet een werktafel een bureau. De meeste voorkomende tafels zijn tafels in huizen om aan te eten. Deze kunnen in de keuken of in de kamer staan, en heten ook wel eettafels. Ze zijn ca. 80 cm hoog en gemaakt om aan te zitten. Ook zijn er salontafels die veel lager zijn.